Betere Dingen

| 02-02-2009 00:04Marrakesh

Van 24 t/m 27 januari zaten Roos en ik in Marrakesh (Marokko). We verbleven er in een traditionele Riad en aten eten dat we zelf in de Medina kochten. We hebben een hoop toeristische dingen bezocht en omdat we alles te voet gedaan hebben, kregen we ook behoorlijk wat mee van het gewone leven op straat. Met name in de Medina en dan in het bijzonder de souks is dat een hele ervaring. Helaas was het grotendeels koud en bewolkt, gelukkig konden we 's nacht tegen elkaar aan kruipen. 's Zomers kan het kwik oplopen tot 40 graden, maar nu werden we niet zo versufd door de warmte en konden we meer doen en meer genieten. Ter voorbereiding had ik de Wikitravel pagina voor Marrakesh uitgeprint. Hieronder staan vast de foto's, je kunt doorklikken naar een veel langer verhaal... als je wilt.


Op vrijdag 23 januari vertrok ik eind van de middag naar Bremen, waar ik mijn vriendinnetje in mijn armen liet vallen zodat we de volgende dag naar Marrakesh konden vliegen. De aanleiding hiervoor was dat we vliegtickets van €0,- hadden kunnen bestellen en dat die voor Riga al 'op' waren. Sja, dan maar naar Marrakesh! In Bremen hebben we wat troep (pommes frites & een garten salat) bij de McDonald's gegeten omdat we zo snel niet iets beters konden vinden dat ook veganistisch was. Met de tram gingen we naar het hotel 'Hanseatic', een Mercure hotel en een beetje zeemanshuis-achtig. Bremen heeft natuurlijk een redelijke haven.

De volgende ochtend moesten we heel vroeg op om het vliegtuig te halen en eerst de taxi. Daarna ging ik voor de vierde keer in mijn leven vliegen (de derde keer in een Airbus). Het grappige was dat de vliegmaatschappij een eigen terminal had: minder zoeken en minder gedoe. Het personeel sprak weer onverstaanbaar engels (ondanks hun enorm slechte uitspraak spreken ze ongeveer twee keer zo snel als een gemiddelde rapper), net als toen we naar Barcelona gingen... irritant. Het uitzicht uit het vliegtuig was wel geweldig. Alleen hoorden we vlak voor de landing dat het erg mistig was in Marrakesh! De piloot vond dit erg vervelend want hierdoor werd de landing vertraagd. Wij vonden het ook erg vervelend want we hadden gehoopt op een beetje winterse warmte enzo.

We werden afgehaald door Alain, die blijkbaar bijna een uur gewacht had door onze vertragingen. Alain is een fransman die samen met zijn vriendin Veronique op het hostel past: de Riad dar Jani (het huis van Jani). De eigenaar heet waarschijnlijk Jani en zit nu in Engeland. Alain was een fransman met een brits accent (tres bizarre) en woonde al 4 jaar in Marrakesh, hij sprak ook Frans (duh) en Arabisch (de variant die ze in Marrakesh op straat spreken dan). Veronique hebben we eigenlijk niet gesproken. Alain reed ons met een omweg naar de Riad zodat we de stad een beetje konden zien, veilig van achter glas. Eerst reed hij door het oude Franse deel (Hivernage en Gueliz) en daarna naar de Medina, de oude, nog steeds ommuurde stad. De Riad zat vlak bij Bab Agnaou, de oudste poort naar de Medina en in de Kasbah, de oudste wijk van Marrakesh. Hij parkeerde ergens op een stuk modder, waar plek was en begeleidde ons een doolhof van steegjes in, naar de Riad.

Het bleek een oud Marokkaans huis te zijn met een open binnenplaats die voor ons ook de woon. -en eetkamer was. De keuken was zonder deur verbonden met de binnenplaats, maar wel voorzien van koelkast, warm water en gasstel. In de kamers was geen verwarming of airco, maar wel oude, scheve gekalkte lemen muren met tegelwerk en andere ouderwetse zaken. En er was een douche! Het was ook het kleinste hostel van Marrakesh, met maar drie kamers: twee tweepersoons en een eenpersoons en wij waren de enige gasten. Bij binnenkomst was er een schoonmaakster aan het werk die alleen Arabisch sprak en die wel nieuwsgierig naar ons leek te kijken. Alain drukte ons nog op het hart altijd de deur op slot te doen, nooit geld aan kinderen te geven en er rekening mee te houden dat we zouden verdwalen. We pakten onze zaken uit en gingen op pad.

Het doel was eerst om brood en groentes te halen. We hadden gelezen dat maar weinig restaurants vegetarisch eten serveren en dat dat soms ook maar half lukt (kip is toch vegetarisch?). Voor veganisten is het dan helemaal lastig. Een hostel is in dat geval ideaal, want daar kun je zelf wat in een pan mikken, wat je dus ook zelf moet kopen. We liepen de Kasbah in, ondertussen heel goed oplettend welke weg we namen, zodat we ook weer terug konden komen. In de grote straat van de Kasbah namen we de eerste links en een stukje straat was daar overdekt (zoals de souks, zouden we later ontdekken). Hier zaten de slagers en dat was geen subtiel gebeuren. Je realiseert je dan pas wat er allemaal voor de westerling verborgen wordt gehouden achter de muren van abbatoirs en door de cleane verwerking van dode dieren door fabrieken en supermarkten. Hier hingen de darmen aan het plafond en kleefden de levers aan je schoenzolen. Kippen stonden in het bloed van hun familieleden te wachten om ook uitgekozen te worden door een klant. We liepen maar door en kwamen op een stuk straat waar letterlijk op de straat veel groente en een beetje fruit uitgestald was. We kochten er eerst brood. Vier broodjes voor elk ongeveer een dirham. Een briefje van honderd dirham kon niet gewisseld worden. Maar geen nood, een van de andere klanten griste het biljet uit onze handen en ging er vandoor naar de andere verkopers! Binnen een mum van tijd had hij beduimeld en verkreukeld wisselgeld bij elkaar gescharreld en was ons gloednieuw gedrukte briefje van honderd verdwenen. Verder kochten we nog uien, tomaten, aardappels, mandarijnen, inheemse banaantjes en een soort wortel (pastinaak?). Een verkoper was zo goed om ons een probeer-hoeveelheid linzen te verkopen: 250 gram. We hebben er twee keer van gegeten. De mensen vonden het leuk ons te helpen en ik denk dat ze het ook leuk vonden dat wij daar gewoon eten kochten, net als zij. Toch was het erg vermoeiend omdat het volstrekt anders ging dan ik gewend was en ik met mijn relatief luxe kleding, blanke kop en 1.83 meter heel erg opviel. We brachten de buit naar huis en verbaasden ons er over dat iemand ons zei dat ons steegje 'closed' was. Het was duidelijk open.

Na wat gegeten te hebben gingen we naar de Djemaa el Fna, het centrale plein ("Plein des Doods", er vonden vroeger executies plaats). Roos maakte 'stiekem' foto's door vanuit de heup af te drukken. Sommige mensen worden heel kwaad als je foto's maakt, of gaan geld eisen. We hadden een 'verkeerde' weg genomen. De weg stond wel op de kaart, en het was ook ons plan deze weg te nemen, maar hij was niet alleen langer dan de weg die we later gebruikten, hij lag ook voor de helft open. Zoals op meer plekken was men bezig met aan de riolering te werken. Vooruitgang heet dat. Ondertussen liepen wij over onbenoembare modderachtige substanties zonder hekjes of ander bescherming langs diepe bouwputten in smalle straatjes...

Roos heeft hierdoor wel interessante foto's gemaakt, die ze anders misgelopen was en we hebben het verkeer en de verkeersregels beleefd. Uiteindelijk kwamen we toch op de Djemaa el Fna aan. Overdag zijn er waterverkopers, verhalenvertellers, sinaasappelsapverkopers, slangenbezweerders, noten- en dadelverkopers en tandentrekkers. Onderweg zagen we ezels voor karren met halve wonden van het tuig en een kat zonder ogen. Een verkoper van sieraden liet me beloven dat als ik nog iets van sieraden wilde kopen dat ik dan bij hem langs moest komen. Dat was makkelijk beloofd en als ik het niet beloofd had, had hij me niet laten gaan. Ik weet niet meer of hij het was, maar iemand op datzelfde plein zei tegen Roos dat ze een 'good husband' had. Het zal je maar gezegd worden. 's Avonds staat het middenste deel vol met snel opgebouwde eettentjes en is er ander entertainment. Er was een uitspanning die er wel redelijk westers uitzag, Argana, en daar konden we boven even bijkomen met uitzicht op het plein. Roos had een The Vert (muntthee met veel suiker) en ik had maar een espresso genomen, want de laatste koffie had ik die ochtend in Bremen gehad, dus de afkickverschijnselen waren al begonnen.

Na een rondje over de markt, ondertussen steeds duidelijk makend dat we niets wilden kopen, liepen we richting de Koutoubia moskee. Bij het verlaten van het plein werden we belaagd door mannen met apen. D.w.z., het leek hun enig als ik met die apen op de foto zou gaan. Roos vond het ook wel iets hebben; zij kon dan mooi in beeld brengen hoe hier met die beesten omgegaan werd. Ze vroeg nog hoeveel het zou kosten, en het antwoord was 'You can decide!'. Ik zei nog dat we waarschijnlijk zometeen ruzie zouden krijgen en niets bleek minder waar. Roos had besloten elk van de mannen 1 DH te geven. Dat was niet acceptabel. Waarschijnlijk krijgen ze normaal meer, maar dan hadden ze een ander antwoord moeten geven. We maakten aanstalten dan maar te vertrekken zonder iets te geven en toen wilden ze het ineens wel hebben. Ik vraag me af hoeveel moeilijker ze het de volgende generatie toeristen zouden maken, maar dat was niet de minste van mijn zorgen. Soortgelijke apen worden hier in Europa heel zorgvuldig behandeld omdat ze ziektes als herpes en hepatitus-B dragen (voor hen meestal niet zo ernstig) en door deze lui werden ze in veel te kleine hokjes bewaard.

We bekeken even de Koutoubia moskee van buiten. In het park tussen de moskee en de Djemaa el Fna hadden we de Marokkaanse pannekoekjes moeten kopen, gemiste kans, wel stond het daar vol met paard en wagen vervoerstechnologie. Na dit intermezzo op het plein hebben we het El Baadi paleis bezocht. Er was weinig van over, behalve de dikke muren. Op de binnenplaats waren sinaasappelboomgaarden en zwembaden. De ontvangsthal had blijkbaar een soort indoor-vijvers in de vloer verwerkt gehad en zelfs in de bijgebouwen zagen we resten van een soort vloerverwarming. De gasten verblijven waren ook interessant, elke gast had een soort huisje voor zich alleen. Boeiend was dat er hier en daar nog oud tegelwerk op de vloer lag, maar dat was geen bezwaar, je mocht er gewoon op lopen. Er was ook een gerestaureerd gedeelte met een zogenaamde minbar, een houten trap die blijkbaar door een imam bestegen werd (maar niet tot de hoogste trede) om dan een preek te houden. Deze was blijkbaar heel bijzonder, omdat het de eerste was met een bepaald soort versieringen en hij was ook nog redelijk intact. We mochten er niet bij en konden daarom het houtsnijwerk aan de zijkanten niet goed zien, wat het indrukwekkendst moest zijn. Het uitzicht van het dakterras was fantastisch en binnen was het behoorlijk rustig in vergelijking met de drukte op straat. Hiervan genoten ook diverse straatkatten en ooievaars.

Eenmaal thuis hebben we rustig gekookt en gegeten, wederom met onze jassen aan. Na het eten zijn we via een andere weg naar de Djemaa el Fna gewandeld en hebben het nachtleven opgesnoven. Bij elk eettentje moet je blijkbaar weer uitleggen dat je al gegeten hebt, en zelfs dan geloven ze je niet en zeggen ze 'you look starving'. Er wordt vaak gezegd dat Hollanders lomp zijn, en dat is ook wel zo, denk ik, maar her en der kunnen andere volkeren er ook wel wat van. We zijn de souks ingelopen, aangezien die op zaterdag het spectaculairst zouden zijn. Het begin van souks is in een relatief modern gebouw waar allerlei gangetjes en verdiepingen daadwerkelijk overdekt zijn. Daarachter beginnen de 'echte', wat oudere souks die semi-overdekt zijn, met een soort latten of rietmatten. Het heeft wel iets van een winkelcentrum, maar dan met allemaal hele kleine winkeltjes in kronkelende steegjes. Roos wilde graag iets kopen, maar ik was er nog niet aan toe, ik liep daar met een behoorlijke spanning omdat ik echt niet meer wist waar ik aan toe was, wie ik kon vertrouwen en wie je bedondert omdat je niet weet hoe de vork in de steel zou moeten zitten.

We gingen naar huis en legden ons te rusten in het bed met ouderwetse dekens. Ik moest me behoorlijk opvouwen om onder de dekens te liggen en dat sliep niet helemaal lekker. 's Ochtends probeerden we de douche, die maar een klein straaltje water produceerde, maar het was wel warm. We ontbeten enigszins met wat fruit en broodjes met schijfjes tomaat (eerst koken en pellen).

Deze zondag hebben we eerst het Marrakesh Museum bezocht, gehuisvest in het voormalige Dar Menebhi paleis. Om er te komen hebben we een heel stuk door de souks gelopen, door het leerlooiers en leerbewerkers gedeelte (nee, we hoeven niets te kopen). Wat een stank, het was zo te ruiken inderdaad waar dat er urine of poep gebruikt wordt bij het bewerken van huiden tot leer. Blijkbaar kregen we bij het museum ook meteen kaartjes voor de Mederssa Ben Youssef en de Almoravid Koubba. Doen natuurlijk. Het museum deel stelde niet veel voor en begon vooral met foto's van degene die betaald had voor de restauratie van de gebouwen. Het gebouw zelf was schitterend (zie de foto's). Daarna dus een hoekje om en de Mederssa bekijken. Bij de ingang hing een foto van twee eerdere bezoekers: prins Wilhelm Alexander en prinses Maxima. Dat was blijkbaar een soort universiteit waar van alles bestudeerd werd. Talen, wiskunde, astrologie/astronomie, etc. Het meeste natuurlijk in het teken van de Koran, net zoals het bij ons allemaal in het teken van de Bijbel moest staan. Het lijkt een heel luxe gebouw, en zo moest het ook overkomen op bezoekers die vooral onder de indruk moesten zijn van de (intellectualiteit en vrijgevigheid van de) sponsor, Ben Youssef. Als laatste hebben we toen de Koubba bezocht. Hier was niet zo heel veel meer van over. Er was een deel uitgegraven en we konden ook nog een kijkje nemen in de oude cistern (ondergrondse wateropslag). We waren zeer vermoeid en liepen bijna verkeerd weer terug door de naar leerbewerking riekende souks. We hadden het nog over wat we eventueel zouden willen kopen in de souks. Roos wilde graag een sjaal van cactus-zijde en ik wilde wel een klein citroenhouten doosje, allebei zouden we die dingen echt gaan gebruiken. Ik geloof (het is lastig alle details nog precies te herinneren) dat we nu op de Djemaa el Fna een sinaasappelsap gekocht hebben. Heerlijk, en maar drie dirham. In de winkelstraat aten we nog crêpes en de bediening beweerde dat die veganistisch waren, maar dat geloof ik nu niet meer helemaal.

Hierna zijn we door de hoofdwinkelstraat en andere weggetjes naar huis gegaan om te lunchen. Onderweg kochten we olijfolie en appeljam in een winkel waar de eigenaar geen Engels sprak maar wel Frans, ook leuk. Verderop haalden we nieuwe broodjes die enigszins roggebroodachtig bleken te zijn, en een flesje cola voor mijn cafeïne spiegel. We deden ook weer even wat boodschapjes in de Kasbah, waar het nu veel rustiger was. We haalden er groentes, nog meer brood en twee kleine zakjes Leader chips om ons zoutgehalte wat bij te werken (de hoeveelheden zijn nogal groot in Marrakesh en gelijk een kilo zout kopen gaat ons ook wat ver, die chips kwam echter alleen in zeer kleine hoeveelheden). Daarna liepen we de hoofdstraat van de Kasbah af, om dat ook eens mee te maken. We liepen terug en wederom beweerde men dat onze steegjes 'closed' waren. Niet dus, en we kwamen inderdaad gewoon thuis en konden daar de gehaalde zaken uitladen en lekker eten. Het regende nu zowaar even, dus gelukkig stond de eettafel in het overdekte deel van de binnenplaats.

Omdat we geen tijd te verliezen hadden gingen we de tombi's van de Saadidynastie bezoeken. Via een paar smalle kruipdoor, sluipdoor gangetjes bereikten we de tombes. Ze werden op dat moment voortvarend gerestaureerd, maar ondanks dat was het een bijzonder plek. Weer waren er veel tegeltjes, palmbomen, sinaasappelbomen, rodige muren met vreemde gaten er in en katten en ooievaars. Bijzonder was ditmaal dat er ook duivenpoep op de overdekte graven lag en dat er een stuk of vijftig russen of andere oost-europeanen achter ons aan het complex in kwamen. Het lijkt me vreselijk om zo vanuit de bescherming van een organisatie op reis te gaan. Je hebt geen enkel echt contact met een vreemde plek en je kunt niet doen waar je zelf zin in hebt. Later zag ik ook een soort toeristenbus de Djemaa el Fna opdraaien. Die lui zagen alles van achter glas en konden natuurlijk niet besmet raken door de Marrokanen. Naja, zelf weten, maar het komt ook niet echt vriendelijk over op de mensen als je ze alleen wil zien als gevaarlijke attractie.

Thuis hebben we behoorlijk lekker gegeten, al zeg ik het zelf (ik heb de aardappels gebakken) en 's avonds zijn we weer naar de souks geslenterd. Ditmaal redelijk vroeg. Mijn herinnering laat me al weer in de steek, maar ik dacht dat we ditmaal onze zaken in de souks gedaan hadden, Roos wilde een bepaalde sjaal van cactus-zijde hebben en de prijs begon bij 150 DH. Uiteindelijk heeft ze die sjaal en een andere (die 100 DH zou kosten) samen voor 160 DH gekocht. (Nu lees ik op internet dat cactus-zijde eigenlijk rayon is, een soort semi-kunstmatige polymeer. Er is wel plantaardig materiaal in verwerkt: cellulose, uit bijvoorbeeld hout. Het is dus waarschijnlijk niet van echte cactus, misschien maar beter ook.) Ik had een doosje van 120 DH naar 90 DH gebracht. Roos heeft toen ook nog een soort petje gekocht. Bij Argana hebben we toen met de bediening gepraat over de ingrediënten van een bepaald suikerachtig uitziende kleine gebakjes / koekjes. Volgens hen zat er alleen amandel, suiker, water en bloem in. Er zaten ook nog sesamzaadjes op en nog wat kruiden in, maar ik denk dat het inderdaad veganistisch was. Interessant wat je allemaal voor lekkers en kleverigs kunt maken met de simpelste ingrediënten.

Thuis probeerden we de chips te eten en een spelletje te scrabblen. De chips smaakte raar en het scrabblen duurde te lang, dus we zijn maar naar bed gegaan. Het was weer steenkoud en door opgekreukeld te liggen werd het slapen er niet beter op. Gelukkig konden we 's ochtends weer onder een klein straaltje water douchen.

Maandagochtend vertrokken we redelijk vroeg naar het El Bahia paleis. Dit is een groot opgezet paleis met veel tuinen. Blijkbaar werd het ook door het franse protectoraat gebruikt als residentie en voor recepties. Meer houtsnijwerk, palmbomen, tegels, sinaasappelbomen, katten en ooievaars, in een iets andere setting. Het was een fantastisch mooi paleis, maar ik kan niet omschrijven waarom de architectuur daar nu precies anders was dan de andere gebouwen die we gezien hebben, behalve dat het wat opener opgezet was en de buitenmuren van het paleis zelf niet meteen ook een vestingwal waren.

Op de terugweg aten we bij Mabrouk op de derde verdieping, boven het geruis van de verbouwing van de riolering een stel crêpes en een Tagine sept Legumes. Dat laatste was eigenlijk ook best wel veganistisch en bovendien erg lekker.

Omdat we onderweg al gegeten hadden, maakten we niet onze gebruikelijke lunch en gingen op pad voor het eerste en laatste reisdoel buiten de Medina: de Majorelletuin. Hiervoor liepen we dit keer de gehele souks door en aan de noordkant de Medina weer uit. Dit is een cactus tuin, gebouwd door Jacques Majorelle. Die moest vanwege zijn gezondheid een tijdje in Marokko verblijven en werd zo verliefd op het land dat hij er bijna permanent bleef wonen. Hij schilderde ook de inheems bevolking rond Marrakesh en dan met name in het Atlasgebergte (dacht ik). In de tuin is ook het monument voor de mode-ontwerper Yves Saint-Laurent (seriously!) en een museum van oude handwerken uit Marrakesh. Hier zagen we tenminste echte oude voorwerpen, zoals sieraden, gebruiksvoorwerpen van kamelen karavanen, oude wapens, het tuig van een paard en aardewerk en houtsnijwerk e.d. De tuin zelf was ook een oase van rust, hoewel de koffie op de kaart 5 keer zo duur was als in de luxe uitspanning op de Djemaa el Fna. We liepen de tuin uit en kochten partjes cocosnoot bij een berber. Het onderhandelen werd gedaan door een Marokkaan die Engels sprak. Het was relatief duur denk ik, omdat hij de enige was die daar in de buurt iets van verkoeling verkocht. We aten ze echter niet op maar bewaarden ze om ze als toetje/salade bij de avondmaaltijd te nuttigen (en de bacteriën er nog af te kunnen spoelen).

We liepen langs een andere weg terug en kwamen net niet helemaal aan zoals ik gewild had, maar we zaten er niet ver naast: in plaats van rechtstreeks op de Djemaa el Fna uit te komen, kwamen we bij de Koutoubia moskee uit. We liepen naar het plein en in Argana zocht Roos de amandel/suiker koekjes uit die ze het lekkerst vond. Boven bestelde zij een citronade en ik een dikke ijs. Het was nog wat lastig om de citronade te bezorgen, maar uiteindelijk lukte het. Vanaf het boventerras konden we nu ook het Atlasgebergte wat beter zien en fotograferen.

Op de terugweg vroeg een klein jochie in behoorlijk engels waar we naar op weg waren en ik vertelde hem dat we naar huis gingen en welk huis dat dan was. Hij wilde ons wel de weg wijzen, maar had niet door dat we precies wisten waarheen we moesten gaan, waarschijnlijk wilde hij ons later geld vragen voor zijn diensten als gids. Thuis hebben we heerlijk gegeten en 's avonds zijn we nog eens naar de Djemaa el Fna gegaan om afscheid te nemen. Roos kocht nog een mutsje in de souks en het onderhandelen ging op interessante wijze. De vrouw die de mutsjes verkocht kende geen taal die wij kenden (en dus vice versa), maar er was een oudere man bij die cijfers op zijn hand kon schrijven en een jongere man die in Italië gewoond had en engels kon (en in Stadskanaal was geweest!). Ik fluisterde Roos dan ook weer Nederlands commentaar in het oor. Iedereen praatte door elkaar, maar uiteindelijk had Roos de prijs van 50 DH naar 30 DH gebracht (dacht ik).

We zijn redelijk vroeg het bed in gedoken en ook redelijk vroeg opgestaan. Er was nu veel meer waterdruk in de douche, maar nog steeds was het niet te vergelijken met thuis. We hebben alles ingepakt, behalve de olijfolie en de appeljam. Alain bracht ons weer naar het vliegveld, ditmaal voor 100 DH, waarschijnlijk was dat niet veel duurder dan een taxi en bovendien hoefden we dan niet heel vroeg te gaan staan onderhandelen met een taxi-chauffeur die donders goed weet dat we onze vlucht moeten halen en dus best wat meer konden betalen. Onderweg vertelde hij dat met 'closed' bedoeld wordt dat het doodloopt, wat eigenlijk ook wel voor 'ons' steegje gold. We waren anderhalf uur voor vertrek op het vliegveld en hebben onze dirhams nog gewisseld voor euro's tegen een ietwat gunstiger koers dan in Groningen mogelijk was. Het inchecken duurde bijzonder lang omdat de douane niet bijzonder goede equipment had en ook niet bijzonder veel haast. De lui bij de gate van ons vliegtuig meldden ons doodleuk 'You are late'. Ik hoorde het niet eens, maar het antwoord is natuurlijk duidelijk: 'No, they are excruciatingly slow.' Toen het vliegtuig opsteeg zagen we pas duidelijk hoe onbewolkt het vandaag was. De hele vlucht bleef het ook broeierig warm in het vliegtuig. Het personeel was ditmaal grotendeels engels en sprak dus relatief goed engels en ook nog eens ietsje minder snel, behalve Giovanni, die duidelijk om zijn looks aangenomen was.

In Bremen hadden we nog een ruim uur voor de treinen weer zouden vertrekken. We aten in de McDonald's wat zoutbevattende zaken en daar raakte met ons in gesprek (het was niet wederzijds). Hij had het licht van de appelboom gezien en ons wilde aanmoedigen het paradijs te zoeken en te beschermen. Als het paradijs zo fantastisch is en zo onvindbaar voor slechteriken, waarom heeft het dan bescherming nodig? Hij klonk niet dramatisch anders dan veel religieuze praat, als je er over nadenkt, en toch was deze meneer duidelijk gek (hij at uit de vuilnisbak van de McDonald's, is daar die appelboom?). Op het station van Bremen wachtten we op het afscheid en het voelde erg raar dat het zo snel al weer voorbij was. Ik zwaaide mijn lief uit en kon een klein kwartier later op mijn eigen trein stappen. Zonder noemenswaardige vertragingen kwam ik weer in Marburg aan en de volgende dag moest ik tegelijk praktikum geven en een gedeelte van een kennismaking met natuurkunde voor drie middelbare schoolkinderen verzorgen. Nu is het bijna een week later en ben ik er nog niet helemaal over uit wat er allemaal precies gebeurd is, maar beginnen de details al weer te vervagen in mijn herinnering. Gelukkig zijn er nog foto's en heb ik een houten, achthoekig doosje dat naar citroen ruikt met daarin een briefje van 20 DH.

Een of meer reacties staan in de wachtrij om goedgekeurd te worden.

(optioneel veld)
(optioneel veld)

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.